expositie 2011
17 september t/m 12 februari 2012 Teunis Bakker (1894-1964)
Na een gedegen opleiding aan tekenscholen en aan de Rijksacademie schilderde Teunis Bakker (1894–1964) zijn hele leven om den brode. Wars van moderne kunststromingen bleef hij schilderen in de oude Nederlandse schildertraditie: liefde voor het ambacht en aandacht voor het alledaagse leven, het landschap en de portretkunst. Het zal ook de reden zijn dat weinig kunstwerken van Teunis in museumcollecties zijn opge-nomen.
Gelukkig bleef de nalatenschap - bestaande uit vele foto’s, tekeningen, studiemateriaal en olieverfschilderijen - gespaard. Jarenlang hing het thuis bij familie aan de wand. De expositie in het Purmerends Museum is een mooie gelegenheid om kennis te nemen van deze vergeten kunstwerken en ze voor een groot publiek te tonen.
Portret Oude Vrouw
olieverf,
collectie Purmerends Museum
Getalenteerde leerling
Teunis Bakker groeide op in de Purmer waar zijn ouders de kapitale boerderij de Spieringshof pachtten. Op relatief late leeftijd – hij was 15, terwijl er ook jongens van 12 in zijn klas zaten –ging Teunis naar de Stadstekenschool. Tot het einde in 1962 werd hier aan aanstaande timmerlieden, schilders en behangers vak onderricht gegeven. Elk jaar werd een tentoonstelling georganiseerd, waarop resultaten van de leerlingen werden geëxposeerd. Zowel bij de overgang naar de tweede als naar de derde klas viel Teunis in de prijzen. Aangezien de lessen op de Stadstekenschool ’s avonds van 18.30 tot 21.00 uur plaatsvonden, zal Teunis genoeg tijd hebben gehad zich nuttig te maken op de boerderij en tevens om zijn tekentalent te ontplooien.
Pensionaire van HM de Koningin
In 1919 was Teunis lid geworden van de in hetzelfde jaar opgerichte kunstenaars-vereniging De Zaankanters. Bij de eerste expositie met werk van onder anderen Freek Engel en Jaap Kaal was hij aanwezig met een tiental schilderijen. Het dagblad De Zaanlander liet zich lovend over hem uit. Eer viel Teunis ten deel in 1921 toen hij in het kader van de Cohen-Gosschalk-wedstrijd een tweede prijs won en zijn geldzorgen werden verlicht door een subsidie uit het Davidsfonds van de Maatschappij Arti et Amicitiae. Bovendien kreeg hij een driejaarlijkse koninklijke subsidie, een erkenning die op zijn visitekaartje met trots stond vermeld: Pensionaire van Hare Majesteit de Koningin.
Stilleven met Boeddha, aquarel,
collectie Bakker
Op zolder van het Rijksmuseum
In 1913 begon Teunis aan de vierjarige dagopleiding van de Normaalschool die zich bevond op de zolders van het Rijksmuseum. De eerste twee jaar moet hij de reis van de Purmer naar Amsterdam hebben gemaakt, daarna verhuisde het gezin naar Oostzaan. Na vier jaar sloot hij zijn studie af aan de Normaalschool en koos voor een vervolgopleiding aan de Rijksacademie waarvoor hij in 1916 met goed gevolg het toelatingsexamen aflegde.
Teunis slaat zich met succes door de opleiding heen. In de stamboeken der leerlingen krijgt hij de waardering ‘uitmuntend’ voor ijver en maakt hij goede vorderingen. De laatste twee jaar beschikte hij zelfs over een loge – een eigen werkruimte – op de Academie. Bekende leraren die hem richting gaven in zijn kunstontwikkeling waren professor A.J. Derkinderen, J.H. Jurres en N. van der Waay.
Stilleven met Kersen, aquarel, collectie Bakker
Bewonderaars
Teunis schilderde portretten in opdracht, waarvoor de personen in zijn atelier poseerden. Ook betaalde hij modellen om voor hem te poseren. Hij kon moeilijk afstand doen van zijn schilderijen, zodat hij soms een duplicaat maakte dat hij voor zichzelf hield. Eens kreeg hij van een bewonderaarster de vraag of zij een keer een bezoek mocht brengen aan zijn atelier, omdat zij in Arti werk van hem had gezien:“Mijn vriend was zeer verrukt van uw stilleven met chineesch zwaard en overwoog het te koopen. Van de heer Engelbrecht vernam ik indertijd dat u uw werken niet graag verkoopt doch daar Arti nu twee zeer mooie aquarellen te koop aanbood, hoop ik dat u ons verzoek zult inwilligen.”
De Slaper, oliever op doek, collectie Bakker
Geen vetpot
In zijn ruime atelier op Rapenburg 87 gaf hij privéles tekenen en schilderen. Hier in de oude Jodenbuurt, om de hoek van het Waterlooplein trof hij veel prullaria aan die hij gebruikte voor zijn stillevens. Teunis kon met zijn kunstproductie een bestaan opbouwen, hoewel het geen vetpot was. Hij verkocht via Arti nu en dan een schilderij, de gemeente Amsterdam kocht op zeker moment een aantal aquarellen en hij maakte ook kleine potloodtekeningen van boerderijen en landschappen die hij ingelijst en wel aan de man bracht voor ongeveer fl. 25,-.
In en om Amsterdam
Soms verliet Teunis zijn atelier in Amsterdam. Dan trok hij er met zijn schildersezel op uit maar de reikwijdte van zijn tochtjes bleef beperkt, te zien aan de titels van zijn schilderwerken: ‘Molentje te Vinkeveen’, ‘Zomernamiddag in Muiderberg’, ‘Oud pompje te Nunspeet’, ‘Afgebroken molen te Abcoude’ en ‘Dorpsrand Duivendrecht’. Kort voor zijn overlijden werd Teunis vanwege afbraak van de voormalige Jodenbuurt nog gedwongen te verhuizen naar een atelier in de Nes. Aangezien zijn huurcontract voor zijn atelier op Rapenburg op 31 januari 1963 afliep, mogen we aannemen dat hij hier weinig tijd zal hebben doorgebracht. Teunis stierf op 28 maart 1964.
Zaalblad en Kaarten met envelop
Bij de tentoonstelling is een zaalblad geschreven door Jack Otsen, waarin leven en werk van Teunis Bakker in een breder perspectief wordt geplaatst. (€ 4,50). Er zijn vijf dubbele kaarten met envelop beschikbaar: Stilleven met Kersen, Stilleven met Boeddha, Stilleven met Komkommers, De Slaper en Vrouw in Rode Mantel (€ 2,00 per stuk).

|